korevaar advies logo
portret Kees Korevaar

‘Jullie hebben de klok, wij hebben de tijd’

De filosofie van werk, tijd en werktijd

De economische crisis roept allerlei vragen op over werken en presteren. Zijn wij in Nederland wel voldoende productief? Werken we wel hard en slim genoeg? En hebben we niet teveel vrije tijd? Dat laatste komt vreemd over want er is weinig werk. Er worden banen wegbezuinigd door de overheid. En er verschijnen nogal wat studies over robotica en automatisering, waardoor er straks nog minder werktijd te verdelen is. In deze bijdrage gaan we wat dieper in op het fenomeen tijd: werktijd en vrije tijd.

De Helling, kwartaalblad van Groen Links heeft het zomernummer de titel ‘Wie heeft de tijd?’ meegegeven. En ook Adjiedj Bakas schrijft er aardige dingen over in ‘Every Friday’. Maar de leukste bijdrage komt van een Surinaamse reisgids, die zittend onder een grote klok, wachtend op een vertraagd vliegtuigje tegen het Nederlandse publiek zei: ‘Jullie hebben klok, maar wij Surinamers hebben de tijd’
Dit brengt mij op trends in werktijd. Sommige gaan al wat langer mee maar zijn nog steeds in ontwikkeling. Twee trends zijn betrekkelijk nieuw: contacttijd en inkooptijd.


Psychische belasting en hersteltijd

Met korter werken is ook het debat ontstaan over intensief werken. Je werkt korter, maar wat je doet is fysiek en vooral geestelijk meer belastend. Veel moderne werkzaamheden bestaan uit begeleiden, regelen, bewaken of controleren en dit vraagt meer alertheid en discipline. De klanten en de werkgever verlangen kwaliteit voor hun geld, dus de werknemer wordt geacht om goed voorbereid op het werk te verschijnen en door te gaan tot het werk gereed is. Vaak wordt gewerkt met kostbare apparatuur, daarom worden de werktijden aangepast om machines en installaties optimaal te benutten. Dus: operatiekamers in het ziekenhuis worden langer gebruikt, fabrieken werken in continudienst, storingsdiensten worden gebeld als er iets mis is wanneer dat ook mag zijn. Tel daarbij op de wens van de klant bij winkels, cultuur, recreatie en media en we zien de 24-uurs economie in beeld komen.
Toen werknemers gingen ervaren dat het werk psychisch belastender werd (werkdruk) ontstond het begrip hersteltijd. Hersteltijd is geen werktijd maar ook geen vrije tijd: je bent wel thuis, maar je zit bijvoorbeeld bij te komen van de nachtdienst en je kunt nog niet slapen.


Reistijd, leertijd

Werktijden worden verlengd door reistijden. Werknemers wonen verder van hun werk dan vroeger, of werken op wisselende locaties waardoor zij zich vaker moeten verplaatsen in werktijd maar vaker ook in eigen tijd. Door thuiswerken of het nieuwe werken ontstaan meer mogelijkheden om reistijden of files te ontlopen. De werknemer wordt immers in staat gesteld om plaats en tijd zelf te bepalen. Dit brengt ons op ontwikkelingen die betrekkelijk nieuw zijn en ook een tijdsaspect kennen. Er zijn nog maar weinig werknemers die hun leven lang hetzelfde werk doen. En als dat dan zo is zijn er zoveel technische en organisatorische veranderingen dat bijleren nodig is. De verwachting is dat leren (een leven lang leren) op het werk bijna even belangrijk wordt als het werk zelf, ook al omdat we langer blijven werken, bij een snellere verandering van beroep en technologie.


Contacttijd en reflectietijd

Succes op het werk is niet alleen afhankelijk van een goede en actuele vakopleiding maar ook van het onderhouden van een goed netwerk. Het lezen van een vaktijdschrift of het maken van een studiereis kan helpen om nieuwe contacten te leggen. Dat kon vroeger ook. Met de opkomst van de sociale media zijn contacten veel talrijker en worden ze sneller en adequater gelegd. Er vormen zich files in het digitale verkeer en groepen hebben hun eigen prime time, afhankelijk van de internationale samenstelling. Het is moeilijk om vast te stellen wanneer er in eigen tijd wordt gewerkt of, omgekeerd in werktijd wordt gespeeld. Spelen is soms werken en omgekeerd. Algemeen wordt aangenomen dat werknemers die toegang hebben tot communicatieve voorzieningen bevoorrecht zijn. Met andere woorden toegang tot computers en sociale media helpt kinderen en werknemers uit achterstandsgroepen vooruit. Het is dus zinvol om het gebruik te democratiseren, voor iedereen toegankelijk te maken en de kwaliteit van het culturele aanbod te verbeteren. Het is onhaalbaar en ongewenst om de gebruikstijd te begrenzen (Baas: ‘Ik wil niet dat u twittert in werktijd’ versus Werknemer: ‘Ik wil geen mailtjes van de zaak lezen in mijn vrije tijd’).
Ik denk dat de toenemende contacttijd ook om een rustgevend begrip vraagt, zoals destijds het begrip hersteltijd. Ik zou zeggen de toenemende contacttijd vraagt om reflectietijd. De meeste werkenden hebben baat bij zelf gekozen rustmomenten. Er zijn geen spelregels voor te geven. Het gaat om een individuele behoefte en is moeilijk in tijd te begrenzen. Je zou hoogstens kunnen zeggen dat er regelmatig behoefte is aan mentale pauzes om opgewassen te zijn tegen de voortdurende input van informatie, verantwoordelijkheid en contacten. Reflectietijd is een recht maar het is geen onderhandelbaar recht want het speelt zich af in je eigen tijd. Je moet er zelf voor zorgen.


Inkooptijd

Bedrijven en overheid maakten er jarenlang een sport van om werknemers te ontzorgen, al werd dat woord toen nog niet die betekenis gebruikt. Hieraan danken wij bedrijfskantines, kinderopvang, pensioenen, een deel van de sociale zekerheid en veel publieke voorzieningen. Inmiddels is de trend gekeerd en moeten werknemers weer veel zelf regelen. Kinderopvang is vaak te duur, dus proberen ouders zelf wat te regelen. Ouderenzorg gaat dezelfde kant op. Het privéleven legt zoveel beslag op onze tijd dat er oplossingen gezocht worden zoals zelf-roosteren, waarmee op werktijden ingetekend kan worden, die optimaal aansluiten bij het privéleven.
Voorzieningen zoals huisvesting, vervoer, energie, internet en educatieve voorzieningen worden (meer dan vroeger) tegen concurrerende prijzen ingekocht. Voor mensen die weinig verdienen gaat dit nogal ver. Zij moeten goedkoper inkopen of onderling ruilen. Zo zien we jongeren met een kleine deeltijdbaan die voor elkaar koken, kleding ruilen of vervoersmiddelen delen. Het inkopen van goederen en diensten kost uiteraard tijd en concurreert met de werktijd. Het is moeilijk te voorspellen of deze trend zal beklijven. Misschien keert de samenleving na verloop van tijd weer terug naar een nieuw type collectieve voorzieningen.

Op dit moment lijkt het erop dat burgers meer tijd kwijt zijn aan inkoopgedrag naast het werk. Het onderscheid tussen werk en vrije tijd wordt daardoor nog minder scherp dan het al was. De klok en de kalender lijken daarmee iets van hun belang te verliezen. Waarmee de uitspraak van de Surinaamse reisleider een profetische is geworden. Als ik mag parafraseren: ‘Vroeger hadden we de klok, nu hebben we de tijd aan onszelf’. Of het daardoor beter gaat zal de tijd leren.