korevaar advies logo
portret Kees Korevaar

‘Wie is bang voor de robot?’

Mooie plaatjes de laatste tijd van robots en 3d-printers. Je vraagt je af waarom er zo‘n sombere sensatieboodschap bij geleverd wordt. Pikken de robots onze banen in? Blijven er nog fabrieken bestaan als we zelf plastic onderdelen kunnen printen in het schuurtje? En altijd de vraag: worden we straks gestuurd door de technologie? Nuchterheid en vertrouwen zijn wel gewenst om deze vragen onder ogen te zien.


Volgens mij kunnen we de technologische revolutie beter begrijpen als we in golven of periodieke bewegingen denken. Dus eerst kwam de stoommachine voor fabricage en transport, daarna de telefoon voor de communicatie, enzovoort. Op dezelfde manier schiep de personal computer de behoefte aan de smart phone en samen creëerden zij mogelijkheden voor massaal internetgebruik en sociale media. Wij hebben 25 jaar (1980-2005) kunnen genieten van steeds betere communicatiemiddelen en wat de futurologen in 1965 voorspelden is gebeurd: de wereld is een dorp geworden. Op dit moment is er wat meer aandacht voor de maakindustrie en daarmee voor machines, robots en werkplaatsautomatisering. De ontwikkelingen en sensaties op dit gebied zijn niet helemaal nieuw. Ook in 1980 waren er spectaculaire beelden van computergestuurde machines en zelfs in 1950-‘55 was er al veel ophef over de robot.


Wat is nieuw?

Voor degenen die automatisering vooral bezien vanuit het perspectief van werkgelegenheid is de link tussen robot en communicatie het meest interessant. Communiceren met of door machines verhoogt de productiviteit en kost dus veel banen. Het kan hard gaan. Zelf tanken en betalen met een bankpas kost onmiddellijk banen. Boeken en tandenborstels bestellen via een webwinkel kost op termijn ook banen, verandert het aanzien van winkelcentra en biedt nieuwe mogelijkheden voor industrie en transport. Er ontstaan immers nieuwe distributiebedrijven met intelligente magazijnen. Dit zijn alleen nog maar voorbeelden van communicatie tussen mens en machine. Niet principieel anders dan telefonisch bestellen en betalen.

Anders wordt het wanneer machines communiceren met andere machines. Interactieve tv of spotify zijn voorzichtige voorbeelden van machines die met elkaar communiceren. Een hele muziek- en amusementsketen, cd-industrie, cd- en videodistributie wordt hierdoor overbodig. Dit kost uiteraard ook weer banen? De vraag is of dit per saldo wel klopt. Met de uitvinding en verspreiding van de televisie is het niet blijvend stiller geworden op straat of in de horeca. Nieuwe culturele ontwikkelingen scheppen steeds weer nieuwe mogelijkheden in het creatieve vlak en ook voor de economie.


3d printers

Een spectaculair staaltje van machine-machine communicatie is natuurlijk de 3d printer. Een stukje fabriek komt naar de woonplek. Je bestelt een digitale bouwtekening en maakt je eigen product. Of je verkoopt een digitale tekening, of je bouwt voort op een ontwerp van een ander, of je positioneert jezelf als plaatselijke distributeur want niet iedereen heeft ruimte om zelf te printen en te monteren. We zien hier een trendbreuk met een enorme impact, omdat iedereen juist gewend geraakt was aan grootschalige, wereldwijd opererende industrie‘n met kolossale transportsystemen. De 3d printer past in een meer omvattende trend: we zoeken het dichter bij huis. Een eigen zonnepaneel op het dak, thuis werken, eigen baas zijn en lokaal geproduceerd voedsel eten. Volgens mij gaat het hier om een mix van verschillende, zelfs tegenstrijdige trends. Aan de ene kant zoeken bedrijven naar nieuwe vormen van grootschaligheid en kwantitatieve groei. Er wordt gezocht naar grootschaliger transport, nieuwe mineralen en materialen, ultrakleine en micro-toepassingen in schakelingen, nieuwe medicijnen, nieuwe massavakantiebestemmingen. Aan de andere kant is er de behoefte aan individualiteit, kleinschaligheid en onderscheidend vermogen.


Banen dichter bij huis

Ik zie wel in dat het een kwestie van smaak is, van persoonlijke ambitie en ook van politieke voorkeur… Grootschalige informatietechnologie is echter moeilijk weg te denken en wat is er op tegen? In combinatie met lokale toepassing kan het een bron zijn voor nieuwe banengroei. Thuis werken, eigen bedrijven starten, zelf een deel van de buurtzorg ter hand nemen levert niet per definitie toegevoegde waarde op. Maar nieuwe IT-bedrijven starten doet dat wel en legt de basis voor nieuwe welvaart, die gedeeld kan worden met dienstverlenende bedrijven in de buurt en in de regio. De blije techneuten die wij de laatste maanden op tv en internet zien bouwen misschien wel hun eigen meubels en racefietsen, maar ze verbouwen geen groente en schilderen niet hun eigen woning. Hier liggen, consequent doorredenerend, de mogelijkheden. Ik ben net als andere arbeidspsychologen opgegroeid met het motto Naar nieuwe fabrieken en kantoren. Dit concept kostte trouwens ook banen in eerste aanleg. Maar ik kan mij ook verplaatsen in de werkhypothese Naar minder fabrieken en kantoren.


20 september 2014